THE MASTER CLEANSE

Regie: Bobby Miller | Met: Johnny Galecki, Anjelica Huston, Oliver Platt,… | Genre: Komedie, Horror
3-ster

Heel erg veel valt er eigenlijk niet te zeggen over The Master Cleanse. Bobby Millers eerste langspeler is een oefening in originele ideeën (hoewel, effende Bad Milo! enkele jaren geleden dat pad al niet?), maar zonder er echt veel mee te doen. Het body horror gegeven dat in tal van recensies werd aangehaald, is uiteindelijk ook van weinig toegevoegde waarde – tenzij pakweg Gremlins ook al als body horror geldt. De film verveelt niet, is op sommige momenten best vermakelijk en probeert zelfs iets zinnig te zeggen over de manier waarmee we omgaan met onze eigen problemen, maar het is gewoon niet voldoende om een diepe indruk na te laten.

Paul (Galecki) heeft zich, na een relatiebreuk, helemaal laten gaan. Hij loopt neerslachtig, maar is nog net in staat zich in te schrijven voor een eerder dubieuze retraite die allerlei new-agey beloftes maakt. In het contract dat hij moet ondertekenen staat dat de organisatie niet verantwoordelijk kan zijn voor mogelijk overlijden, al lijkt voor Paul het idee dat Maggie – die hij leerde kennen op de infonamiddag – er zal zijn, sterker dan zijn angst voor de dood. Daar aangekomen, blijken ze maar met z’n vieren te zijn, samen met een wat akelige conciërge en een eerder geflipte therapeute. Ze worden verzocht vier walgelijke drankjes te drinken de eerste dag, zodat hun kuur kan beginnen. Wat volgt is enerzijds een absurde en vrij letterlijke interpretatie van het “afrekenen met je demonen”-idee, anderzijds een ontluikende romance tussen Paul en Maggie.

Omdat de personages eigenlijk allen nogal vlak blijven, lijken het eerder karikaturen te zijn die als excuus gebruikt worden om een, toegegeven, vrij ongewone monsterfilm rond te maken. Alleen is de initiële leuke vibe daardoor meteen verdwenen van zodra de aftiteling begint: de komische noten zijn al te vaak eerder gezien en het is nooit echt gruwelijk genoeg om als horror te werken. Een genremix die resulteert in een eindproduct dat als een tragedie aanvoelt, maar daarvoor is het dan toch ook weer te licht. Leuk tussendoortje, niets meer.

the-devil's-candy

THE DEVIL’S CANDY

Regie: Sean Byrne | Met: Ethan Embry, Pruitt Taylor Vince, Shiri Appleby,… | Genre: Horror
3-ster

Wanneer een film opent met de daverende drones van Sunn O))) en zelfs de stoeltjes in de cinema mee beginnen trillen, lijkt er niets meer mis te kunnen gaan. Maar dat is dan toch buiten Sean Byrnes flauwe script gerekend. Hoewel hij met The Loved Ones een cult following kreeg en The Devil’s Candy alle ingrediënten had om hen opnieuw te behagen, is de flinterdunne narratief echt niet voldoende om te blijven boeien. Het resultaat was voor bovengetekende daardoor behoorlijk ontgoochelend…

De Hellman familie verhuist naar het rurale Texas waar ze in een huis trekken dat bewoond werd door een gezin waarvan zoonlief beide ouders vermoordde. Nadat de Hellmans het huis intrekken, komt die psychopaat hen opzoeken omdat hij terug naar huis wil komen wonen. In de tussentijd krijgt Jesse, de vader des huizes, steeds meer te maken met black-outs waarin hij schilderijen maakt die rechtstreeks door Lord Lucifer lijken ingegeven te zijn. Of die psychoses het resultaat zijn van iets dat te maken heeft met het huis, of eerder een reactie zijn op de moordlustige zoon die voortdurend stemmen hoort – ook voorzien door Sunn O))) -, blijft in het midden. Deze traditionele narratief voegt niets toe aan de talloze keren dat we het al zagen in gelijkaardige genrefilms. Gelukkig is er nog de metalsoundtrack die de film moeiteloos leidt tot aan de credits zonder in slaap te vallen.

Hoewel dit een entertainende en zelfs genietbare prent is, is het vooral de zielloosheid waarmee Sunn O)))’s drones gebruikt worden die ontgoochelt. Stephen O’Malley en Greg Anderson zijn artistieke duizendpoten die een veel uitdagender, donkerder en beklijvender werk verdienen dan The Devil’s Candy. Dat Metallica, Slayer, Pantera, QOTSA en Cavalera Conspiracy kunnen dienen voor deze film, lijkt al vanzelfsprekender omdat hun muziek, net als de opzet van de film, toegankelijker is. Sunn O))) in hetzelfde format gebruiken werkt gewoon niet. Als vrijdagavondprent voor genrefans kan deze film dienen, maar ik vrees dat het daarbij ook eindigt.

slash

SLASH

Regie: Clay Liford | Met: Hannah Marks, Michael Johnston, Michael Ian Black,… | Genre: Dramedy, Sci-Fi
4-ster

Alle liefhebbers van cosplay en fan fic mogen Slash alvast bovenaan hun watchlist zetten. Klinkt de voorgaande zin als Chinees? Welcome to 2016: Google it. Er waren al wat films die over LARP’s (Knights of Badassdom) en RPG’s (Zero Charisma) gingen, maar het universum dat nerds, geeks en freaks – allen gedragen als Geuzennamen! – bewandelen, is ruim en biedt voldoende creativiteit om eindeloos veel uren film over te maken. Dat is in het verleden niet altijd even liefdevol gedaan, vaak met vermoeiende karikaturen, maar in Slash zien we toch ook een andere kant.

Slash is in de eerste plaats een queer film. Neen, niet LGBT, maar queer. Hoofdpersonage Neil is duidelijk vaag over zijn identiteit – of dat te maken heeft met zijn leeftijd (hij is 15), dan wel een inherent deel zal uitmaken van zijn persoon, behoeft dan ook geen antwoord. In de film is het gewoon zo. Neil schrijft pornografische fan fic en leert Julia kennen, die een jaar ouder is en eveneens bedreven is in de kunst Gandalfen en Perkamentussen elkaar orgasmes te laten bezorgen. Omdat ze in hem talent ziet, vertelt ze hem over een website waar deze proza met veel liefde gelezen en gedeeld wordt. Nadat zijn werk ook daar wordt opgemerkt, wordt hij uitgenodigd op een comic con om daar wat van zijn stukken te gaan voorlezen. Maar zijn leeftijd en verwarde identiteit zorgen ervoor dat dit niet van een leien dakje loopt.

Michael Johnston is een plezier om aan het werk te zien en de dialogen van regisseur-scenarist Clay Liford zijn heerlijk open en oprecht. Je zou bijna hopen dat iedereen zo mondig en communicatief is als Julia. Dit authentieke kleinood is charmant, komisch, vrij van karikaturale stigmatisering en (daardoor) hoopgevend. Hoewel zeker niet foutloos, is het toch één van die films waarvan je voelt dat hij mogelijk een toekomstige cultstatus zal verwerven. Time will tell.