mirror-cover

3,5-ster

Regie: Phil Lord & Christopher Miller | Met: Channing Tatum, Jonah Hill, Ice Cube | Genre: Komedie – Actie | Land: VS | Duur: 122 min | Releasedatum: 25 juni, 2014

“I’m your bes- I’m your worst nightmare.” – Jenko, 22 JUMP STREET

 

In 21 Jump Street lieten Lego Movie-regisseurs Christopher Miller en Phil Lord geen kans voorbij gaan om ons eraan te herinneren dat we niet teveel moesten zoeken achter hun film; dat ze in feite niets meer dan een onnozele komedie hadden gemaakt die gebasseerd is op een oude tv-reeks. In deel twee, 22 Jump Street, gaan Miller en Lord op hetzelfde elan voort. Met deze keer een constante herinnering aan het feit dat dit een sequel is, met alle clichés die een sequel volgens het boekje hoort te bezitten. Deze gezonde zelfrelativering maakt ook van “22” een geslaagde komedie, al kunnen we ons niet voorstellen dat de prent even goed had gewerkt zonder het komisch talent van Jonah Hill en Channing Tatum. Hun chemistry maakt namelijk dat dit ridicule plaatje opnieuw klopt.

Starten doen we met een terugblik op deel één, op dezelfde manier als de tv-serie een vorige aflevering samenvatte. Dat is natuurlijk overbodig, want de plot is zo goed als dezelfde: het dubieuze politieduo Jenko (Tatum) en Schmidt (Hill) krijgen van hun opgezweepte baas (Ice Cube) de opdracht om te infiltreren in een hogeschool, waar de nieuwe drug Whyphy haar opmars maakt. “Seems you bitches are going back to college,” sneert Cube, en zo geschiedt. Daar hangt Jenko vooral rond met de populairste knaap van de school, waarmee hij een gedroomd rugbyduo vormt. Ook de feestjes liggen Jenko, waar hij de omstaanders onder de indruk brengt door bierflesjes te openen met zijn oogkassen. Schmidt daarentegen heeft het moeilijk met Jenko’s populariteit en pasverworven vriendschap, en valt op zijn beurt voor de charmes van een medestudente (Amber Stevens) die familie blijkt te zijn van iemand uit zijn directe omgeving. Voor de undercoverhelden het weten is hun band gebroken, zoals Deputy Chief Hardy (de steeds hilarische Nick Offerman) had voorspeld bij een bijzonder grappige monoloog aan het begin van de film, over hoe een sequel in zijn werk gaat.

Tatum is net als zijn personage een ex-schoolatleet die zich normaal gesproken probleemloos kan vinden in rollen van tough-guys en vrouwenmagneten. In de Jump Street-films speelt hij met succes een heel andere kaart; die van een niet al te snuggere en verlegen knuffelbeer die bijvoorbeeld de woorden carte blanche verwisseld met Cate Blanchett. Samen met Hill, een vaste waarde in de komische kringen van Hollywood dezer dagen, vormen ze het hart van de film. Het is een bekende formule: de knapperd en de slimmerik die niet zonder mekaar kunnen, maar geregeld in de clinch gaan. In deel twee werkt het nog beter, omdat ze voor geruime tijd uit elkaar worden gehouden en ze elk hun eigen ding kunnen doen zonder mekaar te willen overtreffen.

Regisseurs Lord en Miller laten de drugsplot bij momenten compleet links liggen, en laten hun acteurs daarbij volledig uitleven met allerlei subplots. Er wordt constant gegrapt over het budget van de film, de opbrengst en de overbodigheid van sequels, en hier en daar duiken personages uit deel één op, waaronder Rob Riggle en Dave Franco, die voor de vereiste homograpjes zorgen. Alles bij mekaar is “22” een lossere en meer gevarieerde film dan zijn voorganger, al blijven de grappen op een even hoog tempo op ons af.

Of een sequel die de reden voor zijn bestaan in twijfel trekt daarom ook een meerwaarde biedt is een andere vraag, maar “22” is energiek genoeg om de volle 122 minuten te entertainen. Tijdens de eindgeneriek worden we nog overladen door een reeks posters voor mogelijke sequels: Jenko en Schmidt in de balletschool, bij een astronautenopleiding, enzovoort. Grappig, maar één sequel volstaat.