mirror-cover

3-ster

Regie: Erik Poppe | Met: Juliette Binoche, Nikolaj Coster-Waldau, Maria Doyle Kennedy | Genre: Drama | Land: Noorwegen – Ierland – Zweden | Duur: 117 min | Releasedatum 30 juli, 2014

“I started something over there that I can not walk away from” – Rebecca, A THOUSAND TIMES GOOD NIGHT

Oorlogsfotografe Rebecca (Juliette Binoche) heeft de gevaarlijkste zones ter wereld doorkruist en in beeld gebracht, maar wanneer ze nipt aan de dood ontsnapt bij een aanslag en gewond terugkeert naar haar gezin in Ierland, vertelt haar man Marcus (Nikolaj Coster-Waldau) dat hij de spanning niet meer aankan. Een huwelijkscrisis volgt, waarbij Rebecca haar prioriteiten moet zien te stellen om haar gezin bij mekaar te houden. Voor een gepassioneerde vakvrouw als zij, wordt dat een loodzware opdracht.

Je film beginnen met de beste scène is niet zonder risico. De Noorse regisseur – en ex-oorlogsfotograaf – Erik Poppe gaat er echter voluit voor en heeft meteen onze onvoorwaardelijke aandacht. De eerste 15 minuten, waarin Binoche een vrouwelijke zelfmoordterroriste in Kabul op de voet volgt, zijn dan ook ontzettend intens. De vraag is natuurlijk of de diepzinnigheid van de daaropvolgende film volstaat om één grote anticlimax te vermijden. Het antwoord is: ja en neen.

Na Rebecca’s terugkeer slaat de sfeer om; ze kibbelt met haar man en tracht aan de relatie met haar twee dochters te sleutelen. Het hele “ouderschap versus carrière”-thema neemt de film net iets te lang in zijn greep, want op dat vlak wordt niets nieuws aangeboden. Nochtans stelt regisseur Poppe onrechtstreeks enkele prangende vragen tijdens zijn openingsscène. Hoe kan iemand foto’s maken van een zelfmoordterrorist, wetende dat er dadelijk onschuldige levens geëist zullen worden? Is het verantwoord om als ouder jezelf in zo’n gevaarlijke situatie te brengen terwijl je familie thuis in angst afwacht? Poppe’s pogingen om die vragen te beantwoorden komen echter niet helemaal van de grond.

Zijn knappe filmstijl, in combinatie met zijn goede bedoelingen – maken dat de oppervlakkigheid van het scenario op sommige momenten door de vingers kan gezien worden. Onvergeeflijker is zijn gebrek aan aandacht voor de fascinerende landen die hij met zijn film bezoekt. Het voelt haast aan als oorlogstoerisme; hij trekt met zijn protagoniste naar Kenya, schiet er een scène of twee, laat de lokale bevolking vooral niet aan het woord, en sluit dan de boeken om terug te keren naar de familiekwestie. Gelukkig kunnen we rekenen op de immer sterke Binoche, die een complex personage als geen ander kan neerzetten, alsook op het talent van de tot nu toe onbekende nieuwkomer Lauryn Canny, als Rebecca’s oudste dochter. De youngster moet amper onderdoen voor haar ervaren tegenspeelster.

Regisseur Poppe kaart een hele boel onderwerpen aan: de rol en de verwachtingen van de vrouw in het gezin, hoe fotografie een sociale impact kan maken, de opofferingen die gepaard gaan met passies, enzovoort. Een duidelijk standpunt over die zaken innemen lukt hem echter niet, met als gevolg dat zijn stijlvolle film gewoon voorbij zweeft zonder te blijven hangen.

Maar de aanwezigheid van Juliette Binoche is meestal genoeg om zelfs een matige film heelhuids over de streep te trekken. Zo ook in A Thousand Times Good Night.