mirror-cover

2-ster

Regie: Brett Ratner | Met: Dwayne Johnson, John Hurt, Ian McShane | Genre: Actie – Avontuur | Land: VS | Duur: 98 min

“Look at me, do I look afraid?” – Hercules, HERCULES

Laat één ding duidelijk zijn, de menselijke rotsblok Dwayne Johnson is perfect gecast als het titelpersonage in de historische actiekomedie Hercules. De film, geregisseerd door Brett Ratner (Rush Hour, X-Men: The Last Stand), gooit de mythes rond de Griekse superheld in de vuilbak en geeft een satirische draai aan de legendes waaraan het personage vast hangt. De frisse wind die hierdoor even uit het scherm blaast is echter van korte duur, want eens je het trucje doorhebt blijft er weinig over om over naar huis te schrijven.

De wilde verhalen over de onklopbare zoon van Zeus zijn overal bekend, maar Hercules is in deze film slechts zo sterk als het team van huurlingen dat hem bijstaat. Onder hen vinden we de cynische Autolycus (Rufus Sewell), de helderziende Amphiaraus (Ian McShane), pijl en boog-experte Atalanta (Ingrid Bolsø Berdal), het stilzwijgende heethoofd Tydeus (Aksel Hennie) en PR woordvoerder Iolaus (Reece Ritchie), die de krachten van zijn meester lichtjes overdreven aan de man brengt. Hercules is hun uithangbord; een zogenaamde halfgod die genoeg mythische beesten heeft omgelegd om door iedereen gevreesd te zijn. Een reputatie – gebaseerd is op halve waarheden – die ervoor zorgt dat het zestal om de haverklap wordt ingehuurd om bevolkingsgroepen uit benarde situaties te redden. Hoewel Hercules voldoende skills heeft om een klein leger in zijn eentje te verpulveren, is hij in werkelijkheid een mens van vlees en bloed die het volk keer op keer moet overtuigen dat hij wel degelijk onoverwinnelijk is.

The Rock heeft charisma in overvloed en kan bovendien een stukje acteren. Als regisseur Ratner iemand op zijn blote knieën mag bedanken voor het min of meer rechthouden van zijn film, is het Johnson. Jammer genoeg is zowat alles omheen de ex-worstelaar een modderig boeltje. Een zwaard- en sandalenfilm met epische proporties in een compact, 98 minuten durend geheel proppen blijkt geen succesformule te zijn. Op enkele leuke vechtscènes na is dit een emotieloos stukje popcornvertier dat morgen alweer vergeten is.

Wanneer de koning van Thracië (John Hurt) en zijn bevallige schoondochter (Rebecca Ferguson) hulp nodig hebben bij het bekampen van een leger barbaren, krijgen Hercules en zijn team hun gewicht in goud beloofd in ruil voor het verlenen van hun krachten. Enige voorbereiding van de plaatselijke, onervaren manschappen is wel vereist, maar na maanden van training – neen wacht – na een lang weekend trainen zijn de troepen in topconditie en klaar om te strijden. Na de slag te beslechten stelt Hercules zich echter de vraag of hij wel aan de goede kant van de frontlinie stond. Reken daarbij de bloederige nachtmerries die de kleerkast teisteren, en je hebt mogelijk een intrigerend uitgangspunt.

Maar helaas, met dit alles wordt bitterweinig aangevangen, net als met de getalenteerde acteurs die Johnsons teamgenoten vormen. De onbekende Noor Aksel Hennie (als Tydeus) krijgt geen zin te zeggen, maar is naast The Rock veruit het meest memorabele personage uit de film. Deadwood-ster Ian McShane trakteert op tijd en stond op een geslaagde oneliner als profeet Amphiaraus, maar zelfs zijn zoektocht naar de perfecte sterfscène wordt te lang uitgemolken om echt grappig te blijven.

Hercules zit nokvol goedkope kostuums en ingekorte Lord of the Rings-peptalk. De computereffecten zijn bij momenten slechter dan een tussenfilmpje uit een verouderd computerspel en de sporen van postproductie gepruts zijn her en der zichtbaar. Gelukkig dan maar, dat de film slechts 98 minuten lang is. Het enige lichtpunt is de presence van Johnson; een levende legende die geen sidekicks nodig heeft om ons met zijn mythische biceps veilig te laten voelen.