mirror-cover

3-ster

Regie: Clint Eastwood | Met: John Lloyd Young, Vincent Piazza, Michael Lomenda | Genre: Biografisch Drama – Musical | Land: Frankrijk | Duur: 134 min | Releasedatum: 18 juni, 2014

“Four guys under a street lamp, the first time we made that sound, our sound… That was the best” – Frankie Valli, JERSEY BOYS

 

Het relaas van de carrière van zanger Frankie Valli en zijn Four Seasons is ondertussen uitgegroeid tot één van de langst lopende musicals in Broadway. Toen het verrassende nieuws bekend raakte dat Clint Eastwood hier rond een verfilming in de maak had, was de grote vraag hoe iets onschuldigs als Jersey Boys er zou uitzien door de ogen van een actieveteraan. Eastwood is allicht de laatste persoon die we hadden gelinkt aan een broadway musical, maar dan zouden we vergeten dat hij in het dagelijkse leven een ware jazz-aficionado is die reeds enkele muziekgerichte documentaires producete en de soundtracks van maar liefst zeven van zijn films schreef.

Het verhaal in een notendop? Frankie Valli (John Lloyd Young), Tommy DeVito (Vincent Piazza) en Nick Massi (Michael Lomenda) – drie zangers uit de middenklasse van New Jersey – vormen een team met songwriter Bob Gaudio en breken in de jaren 60 door als The Four Seasons, tot geldproblemen en creatieve meningsverschillen een vroegtijdig einde aan hun succesverhaal maken. Aanvankelijk wordt er gretig geleend uit het handboek van Italo-Amerikaanse wiseguy personages; het initiële trio ontvreemdt kluizen, maakt kabaal en loopt achter de vrouwen aan. We hebben het ondertussen allemaal al een keer te veel gezien, maar Eastwood houdt de fun erin door voldoende afwisseling aan te bieden. Zo passeert Christopher Walken de revue als een plaatselijke maffiosi die moet huilen van Valli’s kenmerkende falsetto-stem. Walken casten is altijd een winnende zet.

Valli en co zijn verantwoordelijk voor enkele van de meest memorabele popdeuntjes uit hun tijd, maar de levensloop van de groep is niet bepaald de meest wonderbaarlijke. Waarom er een dikke 134 minuten aan moet besteed worden, is misschien wel het grootste vraagteken rond deze prent. Dat de ruwere kantjes van sommige personages volledig werden gladgeschuurd, helpt ook niet bepaald. Zo krijgen we te horen dat oprichter Tommy DeVito banden had met de maffia, maar daar wordt heel luchtig overgegaan.

Waar niets op aan te merken valt is het acteerwerk. Nagenoeg alle acteurs – de meesten nobele onbekenden ofwel artiesten die gerecupereerd werden uit het Broadwaystuk zelf – leveren flamboyante glansrollen. Opmerkelijk, want sommige personages flirten bij momenten met het karikaturale. Voor de muziekstukken werd geopteerd om de hoofdrolspelers niet te laten lipsyncen; ze zongen alles – Les Misérables-gewijs – live tijdens de opnames. Ook hier komt dat de spontaniteit en geloofwaardigheid ten goede.

Eastwood gaf zijn film een knappe look mee, met een sober kleurenpalet in de beginfase en een sprankelend kleurgebruik naarmate de groep faam verwerft. Wat het energieniveau betreft, voelt Jersey Boys dan weer meer aan als een film uit de jaren 60 dan als een film over die periode. Verder zijn de plotwendingen heel klassiek, zoals je dat zou verwachten in een muzikale biopic voor een breed publiek.

Wat deze film ontbreekt is uitbundigheid. Enkel tijdens de eindgeneriek gaat Eastwood voluit met een versie van “Oh What A Night”. Fijn dat hij ook met dit verhaal de serieuze toer wil opgaan, maar dan moet de inhoud beklijvender zijn dat dit. Het belemmert echter niet dat Jersey Boys een glimlach op het gezicht tovert, en bovendien klinkt de muziek nog even aanstekelijk als dat vijftig jaar geleden het geval moet geweest zijn.