Regie: David Gordon Green / Met: Nicolas Cage, Tye Sheridan, Gary Poulter … / Genre: Drama  / Land: VS / Duur: 118 min. / 30 april, 2014

“What keeps me alive, keeps me out of jail” – Joe, JOE

In een klein stadje in Texas, leidt een ex-gevangene een groep werkmannen bij het vergiftigen van bomen zodat ontwikkelaars ze legaal mogen omleggen om huizen in de plaats te zetten. Er bestaan allicht meer opbeurende klusjes, maar deze jobomschrijving geldt als een metafoor voor de gebeurtenissen in de wereld van Joe; ruw, lelijk, een tikkeltje geschift en ontzettend vuil. Joe (Nicolas Cage), de patron in kwestie, heeft geen problemen met het kapotmaken van bomen, maar heeft daarentegen wel een zwak voor verloren zielen.

Dat is goed nieuws voor de stoere tiener Gary (Tye Sheridan), de zoon van een gemene dronkaard (Gary Poulter), wiens familie in armzalige omstandigheden verblijft in een leegstaande boerderij. De jongen vraagt en krijgt een job in de crew van Joe. Zelfs Gary’s vader mag er gaan werken, al wordt snel duidelijk dat er bij hem niet veel van in huis komt. Het is op dat moment dat Joe beseft hoe beperkt de kansen van een jongen als Gary zijn, en hij geleidelijk aan de rol van surrogaatvader aanneemt. Nicolas Cage mag dan wel een hard drinkende ex-gevangene met een kort londje spelen, in dit landelijk stukje Texas is hij een modelburger: vriendelijk tegen de plaatselijke meisjes van plezier, vriendelijk tegenover zijn waakhond en zijn werkmannen én hij is de nieuwe vaderfiguur voor Gary.

Ondertussen gaat Joe’s leven verder. Hij mept zijn aartsvijand in mekaar, raakt in de problemen met de politie, bezoekt prostituees, jaagt kippen uit het huis van vrienden en kettingrookt er op los. Er gebeurt eigenlijk weinig spectaculairs, maar het sterke acteerwerk, intrigerende locatie en het opmerkelijke regiewerk van David Gordon Green houden Joe boeiend. Laat je niet misleiden door sommige trailers; dit is geen southern misdaadfilm, maar een kleinschalige karakterstudie waarin Cage iemand speelt die in de eerste plaatst tracht te overleven in de onderbuik van Amerika. Dit personage heeft het al lastig genoeg met het in toom houden van zijn minder goede eigenschappen, zoals zijn plotste gewelduitbarstingen – waarvoor hij eerder al achter tralies vloog. Het helpt natuurlijk niet dat de wereld rondom Joe barst van de uitlokking.

Het is al een tijd geleden dat we Cage zo in vorm zagen, al speelt hij nooit de ‘Nic Cage-show’. Als Joe is hij voorzichtig en beheerst. Regisseur Green geeft Cage genoeg tijd om zijn personage uit te dokteren en al gauw volledig te belichamen. Qua ‘character development’ hoort dit bij het betere werk. Joe doet om verschillende redenen denken aan die andere drieletterige, Zuiderse antiheld, Mud, gespeeld door Matthew McConaughey in de gelijknamige film van Jeff Nichols van vorig jaar. Beide personages zijn ruwe bolsters die met hun gewelddadig verleden geconfronteerd worden en aangrijpend gespeeld worden door 2 sterke acteurs die iets te vaak de foute rollen aannamen.

Beiden worden ze bovendien bijgestaan door een personage dat vertolkt wordt door de jonge Tye Sheridan (in Mud speelt hij de rol van Ellis). Het 17-jarige, Texaanse talent is (als Gary) opnieuw overtuigend als het product van een gebroken thuissituatie. In Joe leeft hij in nog slechtere omstandigheden. Desondanks is zijn personage iemand die beter wil doen dan zijn voorgangers, en bereid is daar hard voor te werken. Joe herkent stukjes van zichzelf in Gary en neemt hem daarom onder zijn vleugels.

Zoals gezegd hoef je je in Joe niet aan verrassende wendingen te verwachten, maar daar waar het gekozen pad voorspelbaar is, is het acteerwerk dat niet. Cage houdt ons continu betrokken als een complex figuur die tussen de dronken razernij door genuanceerd voor de dag komt. Regisseur Green brengt op zijn beurt een grotendeels lelijk gebied bijzonder knap in beeld. Hij weet bovendien een constante dreiging te creëeren, zelfs in scènes waarin in principe geen gevaar loert. Het voelt daarom wel permanent aan alsof het noodlot vroeg of laat zal toeslaan.

Green – wiens stonerkomedie Pineapple Express een succes was bij het mainstream publiek – tracht sinds Prince Avalanche (met Paul Rudd en Emile Hirsch) terug te keren naar zijn indieroots. In Joe trommelde hij zelfs Gary Poulter op, een dakloze kerel die hij vond in een bushok, om de gemene vader te spelen. Kort na de opnames overleed Poulter op straat na een nachtje stevig doorzakken. Hij heeft zijn sterke scènes met Cage en Sheridan – die het hart van de film vormen – nooit gezien. Dit tragisch voorval toont alvast aan dat de soms overdreven ogende portretering van deze bevolkingsgroep niet ver van de realiteit ligt. Voor Nicolas Cage, wiens recentste films ons bij momenten deden vergeten hoe goed hij kan zijn, is Joe een ware renaissance.

4-ster
a
a