mirror-cover

3,5-ster

Regie: Luc Besson | Met: Scarlett Johansson, Morgan Freeman, Min-sik Choi | Genre: Actie – Science Fiction | Land: Frankrijk | Duur: 89 min | Releasedatum 6 augustus, 2014

“Life was given to us a billion years ago. Now you know what you can do with it.” – Lucy, LUCY

Als de functie van buitenaardse heerser over de aarde open staat, solliciteert Scarlett Johansson volop voor de job. Eerder dit jaar sprak ze in Her de stem van een alleswetend computersysteem in en nadien kroop ze in de huid van een op mannen jagend ruimtewezen in de culthit Under The Skin. In Lucy voegt Luc Besson (La Femme Nikita, Léon, The Fifth Element) de twee samen en draait daarbij de volumeknop helemaal open. Aan het eind van dit entertainend hoopje nonsense is ScarJo zo goed als geëvolueerd tot God. En neen, we zijn niet waardig dat zij tot ons komt.

Films over extreem slimme personages kunnen natuurlijk niet slimmer zijn dan de mensen die ze bedacht hebben. Lucy heeft wat weg van 2001: A Space Odyssey, maar dan bekeken door de ogen van een wietverslaafde, waarin de science fiction elementen over de oorsprong van het menselijk bewustzijn worden gekoppeld aan eurotrash actiescènes met sadistisch geweld en achtervolgingen. Deze film scoort punten door de speelse onvoorspelbaarheid die Besson eindelijk nog eens aan de dag legt, maar de regisseur heeft moeite met het uitwerken van de potentieel geniale ideeën in de kern van het verhaal.

Lucy is een naïeve Amerikaanse in Taiwan die door haar vriendje wordt verplicht een mysterieuze koffer af te leveren aan een meedogenloze Koreaanse gangster onder de naam Mr. Jang (Choi Min-sik uit Oldboy). Die voegt Lucy toe aan zijn groepje drugsezels en dwingt haar om de inhoud van de koffer – een experimentele nieuwe drug genaamd CPH4 – naar de VS te verschepen. Maar nog voor ze op het vliegtuig stapt barst het zakje (dat operatief in haar lichaam werd gepropt), waardoor de inhoud in haar bloedstroom belandt. Door de overdosis kan Lucy de ongebruikte 90 procent van het menselijk brein activeren, wat haar superkrachten oplevert die uitgelegd worden door professor Morgan Freeman in handige tussenstukjes. “Dolfijnen hebben toegang tot 20 procent van hun hersens, wat hen sonar oplevert,” zegt hij. Hij gokt dat we bij 30 procent zelfs telepathie of telekinese kunnen inzetten. Na een paar uur blijkt hij gelijk te hebben. Lucy – genoemd naar onze oudste voorouder – heeft zich ondertussen makkelijk ontdaan van haar gevangenhouders en heeft een wilde achtervolging ingezet op de laatste voorraad van de magische drug, want ze wil absoluut de geheimen van het universum ontrafelen, of zoiets. Daarbij krijgt ze de hulp (alsof dat nodig is) van een Franse politie-sidekick (Amr Waked), want als er iets is dat nog meer vereist is in een film van Luc Besson dan eurotrash actiescènes, is het een Franse politie-sidekick.

Besson houdt het pedaal stevig ingedrukt gedurende het grootste deel van de film, al neemt hij af en toe een omwegje doorheen rustigere, zelfs mooie zijstraatjes. In één van die bezinningsmomenten belt Lucy naar haar moeder en vertelt haar dat ze zich alles kan herinneren en alles kan voelen. “Ik herinner me de smaak van jouw melk in mijn mond,” zegt ze terwijl de tranen in haar ogen springen, stilstaand bij de schoonheid van haar complete bewustzijn. Dergelijke scènes vind je niet terug in de doordeweekse Transformers-film. Recentelijk leek het alsof regisseur Besson slechts 5 procent van zijn hersencapaciteit gebruikte (Malavita, 3 Days To Kill en een tiental andere verschrikkelijke films die hij schreef en regisseerde), maar met Lucy gaat hij nog eens voluit en geeft hij zijn film zowaar een ziel mee.

Maar wacht, hebben we dit alles drie jaar geleden niet gezien in Limitless met Bradley Cooper? Ja, maar Lucy gaat een paar stappen verder, vooral op visueel vlak. Terwijl Coopers pillen hem gewoon heel, héél bekwaam maakten, ondergaat Johansson een metafysische gedaanteverwisseling waarmee ze tijd en ruimte kan controleren. Ach zo, maar is het idee dat we slechts 10 procent van onze hersens gebruiken niet gewoon een mythe? Jazeker, maar wie gaat er in hemelsnaam op zoek naar logica in een Luc Besson-film?

De regelrechte vreemdheid van de plottwists (waaronder een uistapje naar de begindagen van de mensheid) en de memorabele actiescènes (Lucy’s slow motion afrekening met de yakuza-types op de tonen van het Requiem van Mozart) maken dat Lucy een genietbare prent blijft tot het abrupte en misschien wat frustrerende einde. In zekere zin heeft Besson hier zijn 2001 gemaakt, al valt er nergens een gevoel van betekenis of belangrijkheid te bespeuren. Als Lucy één uitgesproken boodschap heeft, is het een behoorlijke bedenkelijke: hoe meer drugs je neemt, hoe slimmer je wordt!