Regie: Darren Aronofsky / Met: Russell Crowe, Jennifer Connelly, Anthony Hopkins, Emma Watson …/ Genre: Drama – Fantasy – Avontuur / Land: VS / Duur: 138 min. / Releasedatum: 9 april, 2014

“Fire destroys… Water cleanses.” – Noah, NOAH

Voor sommigen is de Bijbel een bundel van belangrijke kronieken over de vroegste conflicten op aarde; voor anderen is het een warboel van ongedefinieerde, mythologische gebeurtenissen die opgeblonken werden door de verbeelding van de schrijvers. NOAH, de veelbesproken nieuwe film van Darren Aronofsky, belichaamt beide bovenstaande perspectieven. Zijn kijk op het alleroudste rampenverhaal is een symfonie van wonderlijke beelden en grote ideeën, maar wanneer we ons op de plot en de personages richten, verandert deze film al gauw in een ware kakofonie.

Aronofsky deed volledig zijn ding met het bronmateriaal, al bleven de fundamenten intact. Noah (Russell Crowe) is de enige mens met goede bedoelingen in een dorre wereld die overheerst wordt door corruptie. De occasionele groene toetsen in het aardekleurig landschap hinten naar de mogelijkheid op verbetering. Die richting kunnen we enkel uit via radicale veranderingen, weet Noah. In een visioen ontdekt hij dat ‘the creator’ – het woord God valt nooit – van plan is om de mensheid uit te roeien door een catastrofale vloedgolf op hen los te laten. Enkel Noah, zijn familie en een paar van elke diersoort op aarde mogen dit overleven – althans voorlopig – en doen dat door zich te verzamelen in een grote houten constructie.

Terwijl hij zijn visioenen tracht te doorgronden en de bouw van zijn ark op volle toeren draait, staat de rest van de mensheid, onder leiding van Tubal-cain (Ray Winstone), voor zijn deur om Noah’s plannen te dwarsbomen. Ondertussen krijgt hij nog raad van zijn grootvader Methusalem (een overbodige Anthony Hopkins) en moet hij bovendien zijn angstige vrouw (Jennifer Connelly) zien rustig te houden. Het overige drama wordt ons aangeboden door bastaarddochter Ila (Emma Watson) en zoon Sem (Douglas Booth), die langzaamaan hopeloos verliefd worden, terwijl de relatie tussen de jonge Cham (Logan Lerman) en zijn vader duistere wendingen neemt. Een hele boterham, maar verrassingen biedt dit alles echter niet.

Noah, onzeker over welke rol hij op deze planeet invult, gaat vervolgens op zoek naar de grenzen van het geloof, krankzinnigheid, toewijding en macht. Wanneer de Almachtige enkel via tekenen communiceert, is het begrijpbaar dat de trouwe volgeling het verschil tussen zijn taak en zijn waanideeën niet meer kan onderscheiden. Russell Crowe, met grijze baard, portretteert zijn personage op overtuigende wijze. De robuuste Australiër werd echter niet alleen gecast omwille van zijn gezichtsuitdrukkingen. Crowe kan namelijk ook met een zwaard overweg. Dat is nodig, want het fantasy-aspect beperkt zich in deze versie niet enkel tot passieve elementen. Er wordt namelijk ook een aardig robbertje gevochten tussen kamp Noah en de troepen van Tubal-cain.

noah-crowe

Aronofsky en co-scenarist Ari Handel voorzagen hun verhaal van enkele opmerkelijke toevoegingen, zoals de vierarmige rotsmonsters (Watchers) die de gevallen engelen representeren. Deze negeren Noah’s schreeuw om hulp in het begin, maar blijken nadien toch gewillig genoeg om mee te bouwen aan de ark. Het script zelf is jammer genoeg zo modderig en overbewerkt dat weinig ervan op zijn plaats blijft zitten. De dialogen resoneren enkel wanneer Aronofsky – via Crowe – zelf de grote ideeën aanpakt en de rol van Noah overneemt. Voorts knalt de soundtrack van Clint Mansell (een flauwe kopie van zijn werk voor THE FOUNTAIN) bij elk dramatisch moment door de boxen, tot vervelens toe, en blijven de aanvaringen tussen de personages niet onaangetast door het clichémonster.

Tegelijkertijd is het onmogelijk om de indrukwekkende en pakkende beelden in deze film zomaar naast je neer te leggen. Noah’s visioenen, over de gruwel die hem te wachten staat, doen denken aan de snelle montages uit Aronofsky’s REQUIEM FOR A DREAM en later in de film krijgen we een complexe creatiescène die ons op een minuut van de big bang naar het ontstaan van het leven op aarde brengt. Terrence Malick zal jaloers zijn. Ook het verhaal van Adam en Eva, voorgesteld als gouden figuren, en de silhouetten die het geweld van de mens doorheen de geschiedenis demonstreren, zijn adembenemend. Bij het aanschouwen ervan kan je niet anders dan wensen dat de klunzige plot meer op de achtergrond was beland, maar dat gebeurde niet.

Hoe fascinerend het visueel werk van Aronofsky en zijn vaste cinematograaf Matthew Libatique ook is, het voorkomt niet dat de NOAH vasthangt aan een alom bekend verhaal, waar in de tweede helft nog mee omgesprongen moet worden. Gedurende dat tweede deel vervalt het geheel in een opeenstapeling van melodrama en clichématige spanning. Het lijkt wel alsof we verzeild zijn geraakt in een maritieme versie van THE SHINING – de Stephen King-versie, niet die van Kubrick. Het neemt de drive van de eerste helft zo goed als volledig weg. Jammer.

Na de productieproblemen – de studiobazen vreesden dat het christelijke publiek niet klaar zou zijn voor deze eigenzinnige versie en trachtten het project uit de handen van de regisseur te houden – bevestigde Aronofsky dat zijn visie overwon en hij de volledige verantwoordelijkheid neemt over het eindproduct. Als ze bij Paramount gedacht hadden om snel even een gerespecteerde naam in te huren voor hun blockbuster op poten te zetten, hadden ze beter bij een andere visionair aangeklopt. Aronofsky plooit in tegenstelling tot zijn titelpersonage niet voor een hogere macht. Hij verdient op zijn minst respect om deze unieke visie door het commerciële systeem te hebben gesleurd.

Uiteindelijk is NOAH een grootschalige, maar tegelijk intieme film geworden die het spektakel niet schuwt; een memorabel middenstuk is daar het grootste bewijs van. Aronofsky is tot het uiterste gegaan voor zijn passieproject en dat voel je. Hij bleef daarbij trouw aan de thema’s uit het Bijbelverhaal. De film biedt een heleboel symbolen en mirakels, maar ze komen van een stilzwijgende God en staan open voor interpretatie. De antwoorden komen van binnenin, en dat is de meest radicale koerswijziging die Aronofsky kon maken. Alleen hangt het bronmateriaal als een zwaar gewicht aan zijn stijgende ambitie en komt zijn film deze keer niet volledig van de grond.

3-ster

a