mirror-cover

2,5-ster

Regie: Bertrand Bonello | Met: Gaspard Ulliel, Jérémie Renier, Louis Garrel, Lea Seydoux | Genre: Biografie – Drama | Land: Frankrijk | Duur: 150 min Releasedatum: 24 september, 2014

Met Saint Laurent krijgen we na Yves Saint Laurent de tweede biopic op één jaar tijd te zien over de alom gefêteerde, excentrieke Franse modeontwerper. In Jalil Lesperts’ officiële biopic die in het voorjaar verscheen, nam Pierre Niney de titelrol voor zijn rekening. In de recentste versie kruipt Gaspard Ulliel – ironisch genoeg parttime model voor concurrent Chanel – in het strak getailleerde pak van de recent overleden modegigant. Regisseur Bertrand Bonello’s minder flatterende weergave krijgt een wulps en ongestadig karakter dat alvast niet te vergelijken valt met zijn voorganger.

Lespert klopte reeds lang voor de opnames aan bij YSL’s zakenpartner Pierre Bergé, en kreeg dan ook full access tot de archieven en kostuums. De kaarten liggen anders voor Bertrand Bonello, die van YSL enkel toestemming kreeg om het logo en de naam te gebruiken. Bonello besloot dan maar in te zoomen op het donkere wereldje achter de coulissen van het fashiongebeuren, waar de psychisch en fysiek labiele ontwerper zo graag vertoefde; de pittoreske seventies discotheken waar feilloos opgesmukte modepoppen, beroemdheden en vreemde nachtvogels gaarne tijd doorbrachten.

Het grootste verschil met de ‘officiële’ versie van Lespert is zonder meer de focus op de hoge dosissen drugs, seks en alcohol, en het achterwege laten van informatie over Saint Laurent als ontwerper, met name zijn haute couture. Bonello toont hier dat  het geen heilig boontje was, die YSL; meteen ook de voornaamste reden waarom zakenpartner Bergé niet zo te vinden was voor deze versie.

Vol bewondering zijn we echter voor acteur Gaspard Ulliel. U kent hem wel, de vertederende jongeman uit Jean-Pierre Jeunet’s Un long dimanche de fiançailles (2004), die later jammer genoeg een overheersend creepy indruk naliet in het behoorlijk belachelijke Hannibal Rising (2007). Zonder bril en sigaret valt er nochtans nauwelijks enige gelijkenis te bespeuren tussen de kettingrokende Saint Laurent en Ulliel. En toch, het is een rol die het parttime model op het lijf geschreven is. Alle ups en downs – van de zeldzame gelukkige momenten achter zijn tekentafel tot de sadistische manier waarop hij met zijn personeel omging – uit zijn carrière passeren de revue. Dit alles wordt echter in een zeer bekrompen, oppervlakkige verpakking afgeleverd.

De ellenlange meters stof en elegante modellen mogen dan wel zwierig in beeld gebracht zijn, deze versie ontbreekt het aan sfeer en een eigen identiteit, waardoor Bonello faalt om de authenticiteit van het kunstenaarschap op de voorgrond te plaatsen. Dat wat aanvankelijk nochtans zijn doel. De haast benauwende oppervlakkigheid, waarbij nauwelijks aandacht besteed wordt aan YSL’s relatie met zakenpartner Bergé of zijn muze Loulou de la Falaise, laat de kijker in het donker tasten en maakt modeleken nauwelijks warm voor dit sentimentele plaatje.

Saint Laurent toont ons hoe de man tussen 1967 en 1976 kampte met ferme identiteitscrisissen en er daarom een hoop drugs, seks en alcohol tegenaan smeet om aan de zware prestatiedruk te ontsnappen. Misschien om te laten zien wat Saint Laurent er allemaal voor opofferde? Tegen de verwachtingen in zien we op het einde van de film een verwende doch eenzame oude man die amper geïnteresseerd is in iets of iemand, buiten zijn hond Moujik. Bonello’s versie is niet vergevingsgezind, en nóg minder overtuigd van YSL’s belang als wereldberoemde couturier.

Niet-fashionista’s zullen de grootste moeite hebben om zich te laten meeslepen in deze betoverende en tegelijk onheilspellende wereld. De plek van Saint Laurent in het pantheon van de beste biopics aller tijden bleek naderhand niet gebetonneerd. Bonello levert met deze film een kolossaal lange, uiterst narcistische en oppervlakkige prent af. Of was dat nu net de bedoeling?