mirror-cover

35-ster

Regie: Dominique Willaert | Met: Souad Boukhatem, Aziz Boukhzar, Marijke Pinoy | Genre: Dramedy | Land: België | Duur: 75 min | Releasedatum: 27 mei 2016

Vlaamse films vinden veel productiesteun bij het VAF en worden bijna exclusief gedistribueerd via KFD. Wanneer er dus één uitkomt die met beide instituten geen band heeft, wekt dat toch enige nieuwsgierigheid op. In het geval van Somer viel de productie terug op crowdfunding, het werkingsbudget van Victoria Deluxe (pre-productie van o.a. Offline) en de opgehaalde tax shelter door Potemkino (productie van o.a. Welp, Eisenstein in Guantanamo en Moonwalkers). Niet direct een nationale big budget blockbuster dus. Wat distributie betreft, hebben ze zelfs de productieketen verkleind en rechtstreeks contact gezocht met de vertoners. De persvoorstelling (26 april) en première (22 mei) gingen allebei door in de Sphinx te Gent en vanaf 27 mei zal de prent daar gelimiteerd te zien zijn gedurende drie weken, naast (eenmalige) voorstellingen in De Roma (Antwerpen), Budascoop (Kortrijk), CC Lokeren en openluchtvoorstellingen in Gent en Middelkerke. Je komt met andere woorden moeilijk dichter bij een oprechte DIY aanpak dan deze film.

De cast bestaat, op Marijke Pinoy (en in Gent en Antwerpen ook Souad Boukhatem) na, stuk voor stuk uit onbekenden. Het acteren is eerder naturalistisch dan dat het natuurlijk is, waardoor er een merkbare opleiding en professionaliteit aanwezig zijn. Met andere woorden: er is oefening en voorbereiding aan vooraf gegaan met als resultaat geen improvisatie- of amateurtheater, maar iets geheel nieuws dat minstens even authentiek aanvoelt en op basis waarvan Hakuna Casting weer even kan gaan scouten. Dat de ene acteur al wat overtuigender is dan de andere, hoeft uiteraard geen verder betoog. Het gaat hier tenslotte om een ensemblecast die de film gezamenlijk draagt, inclusief de aanwezige défauts.

Het scenario is, zoals Dominique Willaert zelf reeds zei op de persvoorstelling, geen realistische kijk op een kustcamping, maar eerder een prefiguratie van hoe een alternatieve werkelijkheid er zou kunnen uitzien. Die prefiguratie wordt in de eerste plaats belichaamd door de ensemblecast in al haar diversiteit (zowel qua etniciteit, geloof, taal, geslacht als leeftijd). Iedereen die een beetje ernstig is (geen geitenwollensokken idealisten of navelstaarderige zuurpruimen dus), weet dat diversiteit enorm complex is: het is niet unilateraal goed/juist of slecht/verkeerd. Conflict is binnen diversiteit – misschien net daarom – de meest aanwezige factor. Wie diversiteit omarmt en het niet gewoon gebruikt als politiek correcte boutade, omarmt daarmee ook conflict. Terwijl dit vaak zorgt voor sociaal-realistisch drama of voor binaire, clichébevestigende actie- of feelgood-cinema, vermijdt Somer echter de negatieve teneur die conflict bij de meeste mensen oproept. De toon is zelfs danig komisch-subversief dat in de prefiguratieve realiteit die geschapen wordt een geheel ander mensbeeld komt bovendrijven dat conflict op ludieke wijze toejuicht. Deze film benadrukt dan ook vooral de spelende mens, in tegenstelling tot de economische of werkende mens. Die spelende mens is overigens niet alleen narratief aanwezig, maar is merkbaar doorheen de hele productie.

Somer 2

Als film schiet Somer natuurlijk op een aantal vlakken te kort. Het is echter niet eerlijk om als filmrecensent de goedbedoelde, unieke en gepassioneerde aanpak op cynische wijze neer te sabelen; alsof we daar vandaag een tekort zouden aan hebben. Constructieve kritiek is niettemin op haar plaats, want liefdevol paternalisme is niet bepaald bevorderlijk. Het scenario is bijvoorbeeld soms wat te makkelijk wat humor betreft (omgekeerde clichés zijn ook clichés: de seksueel zelfstandige vrouw, de atheïstische man met migratieachtergrond, de ambitieuze en werkzoekende Afrikaan,…) en mist toch een aantal belangrijke minderheidsgroepen om over een representatieve diversiteit te kunnen spreken. Ik denk dan vooral aan het ontbreken van andere seksuele geaardheden, van mensen met een fysieke of verstandelijke beperking, van genderbendende individuen en van jonge kinderen. In een film die een prefiguratie wil zijn van hoe de wereld er zou kunnen uitzien, miste ik hun afwezigheid toch wel erg, waardoor ik niet onmiddellijk wenste naar die alternatieve werkelijkheid.

Somer voelt tevens wat aan als een té luchtige film. Nochtans heeft hij praktisch alles in zijn mars om meer doortastend te zijn, zeker in het eerste half uur. De montage en de soundtrack spelen bijvoorbeeld erg goed op elkaar in, het camerawerk is strak en voorziet in vele mooie plaatjes, en het scenario, de dialogen en acteerwerk brengen op de beste momenten de prefiguratieve realiteit echt tot leven. Volgens mijn bescheiden mening ligt de gemiste kans dan ook in de climax van de film. Het is duidelijk dat er daar heel sterk naartoe wordt gewerkt op basis van de spanningsboog in het scenario, alleen liet die climax een nogal zwakke indruk na door achteraf wat eindjes aan elkaar te knopen die eerder al konden uitgewerkt worden. Wanneer dan plotsklaps de aftiteling aanvangt, lijkt deze mozaïekfilm toch een wat lauwe indruk na te laten, al ben je in een retrospectieve overpeinzing toch eerder geneigd het positieve dan het negatieve te onthouden.

Los van deze kritische kanttekeningen, is Somer een film die vermoedelijk weinig mensen zal bereiken. Nochtans, indien je hem bekijkt in de context van films als Schellebelle 1919 en De maagd van Gent, is er wel een duidelijk verschil qua toegankelijkheid. De film heeft namelijk alles in zich om een groot publiek te kunnen behagen omdat hij – in tegenstelling tot de voorgaande twee films – niet verankerd is in een bepaalde lokaliteit zoals Schellebelle of Gent. Het speelt zich uiteraard allemaal af op een camping nabij de Belgische Noordzeekust, maar waar die juist is, speelt weinig rol omdat de prefiguratieve realiteit niet gebonden is aan een geografische afbakening. Dat het grote publiek vermoedelijk zal wegblijven, is dus vooral te danken aan enerzijds het kleine distributiebereik (zeer weinig marketing door de DIY aanpak) en anderzijds de lage naambekendheid van cast en crew – want aan de kwaliteiten van de film zal het niet gelegen hebben. In de tussentijd hopen we toch op een mooie opkomst natuurlijk.

Al bij al is Somer dus een frisse en authentieke film die niet louter charmant is, maar zeker haar professionele merites aangetoond heeft. Een volgende filmproject van Victoria Deluxe mag dus gerust wat langer duren, zonder daardoor het ideale tempo van deze film te verliezen. De vaardigheden zijn in alle geval aanwezig en dus moet het lukken om een film te maken die niet arty-farty, niet commercieel en niet amateuristisch is. Somer is een mooie prefiguratie van hoe zo’n film er zou kunnen uitzien, maar de formule dient nog verder geperfectioneerd te worden om een diepere indruk te maken. De film is hoe dan ook uw tijd meer dan waard als je houdt van opbeurende, constructieve, goed gemaakte en lokale DIY cinema. Applaus!