mirror-cover

4-ster

Regie: David Michôd | Met: Guy Pearce, Robert Pattinson, Scoot McNairy | Genre: Western – Drama | Land: Australië – VS | Duur: 102 min | Releasedatum: 4 juni, 2014

“You should never stop thinking about someone you’ve killed. That’s the price you pay for killing them” – Erick, THE ROVER

 

Met The Rover bevestigt de Australische filmmaker David Michod wat hij in 2010, bij zijn regiedebuut Animal Kindom, liet verstaan: dat hij iemand is om in het oog te houden. Zijn opvolger speelt zich af in een periode waarin Australië – en misschien wel de hele wereld – na een niet verduidelijkte gebeurtenis veranderd is in een niemandsland; een chaotisch boeltje zonder wetten. De toon van de film is somber en introvert, met korte uitbarstingen van meedogenloos geweld. Hoewel er niets extreem vernieuwend gebeurt, weet The Rover te beklijven vanaf de eerste minuut. Bovendien levert Robert Pattinson een acteerprestatie die zijn carrière een nieuwe richting in zal blazen, ver weg van het Twilight universum.

Wat er precies is misgelopen op aarde wordt niet uitgelegd en op de motieven van het hoofdpersonage Eric (Guy Pearce) is het wachten tot de onverwacht pakkende slotscène. Regisseur Michod verwacht dat zijn publiek hem blindelings vertrouwt, terwijl hij zijn moodpiece langzaam opbouwt. Het enige dat we zeker weten is dat Eric bereid is om door het vuur te gaan om zijn wagen terug te claimen. Die werd in de openingsscène namelijk gestolen door een trio vluchtende criminelen. Eric stuit tijdens zijn zoektocht op de zwakbegaafde Rey (Pattinson), het zwaargewonde vierde lid van de bende – en tevens de broer van één van hen. Als een soort gijzelaar neemt Eric de jongen mee op zijn tocht.

De figuren in de wereld van The Rover zijn stuk voor stuk gesloten boeken. Zo ook de twee protagonisten. Slechts bij momenten krijgen we informatie over hun verleden: Eric heeft de hoop in de mensheid reeds lang opgegeven en zegt een misdaad te hebben begaan waarvoor hij nooit gestraft is geweest, terwijl Rey vertelt dat hij en zijn broer vanuit Amerika naar Australië zijn gekomen om als mijnwerkers aan de slag te gaan – blijkbaar de enige industrie die nog in bloei staat. Stellen dat de twee reisgezellen onderweg dikke maatjes worden is overdreven, maar er ontstaat toch een aarzelende vorm van vertrouwen. Ze hebben immers dezelfde eindbestemming, zij het met een verschillende drijfveer.

Pearce is perfect gecast als een man die overleeft op een soort oerinstinct. Zijn innerlijke goedheid is ver zoek en het woord “medelijden” heeft hij al lang uit zijn woordenboek geschrapt. Het is echter Pattinson die voor de grootste verrassing zorgt. Als Rey zet hij met gemak zijn reputatie van oncharismatisch tieneridool opzij. Hij pakt uit met oncontroleerbare tiks en zijn woorden strompelen overtuigend over mekaar. Zijn simpel voorkomen pakt echter niet weg dat Rey een behoorlijk complex personage is. De jongen heeft de wereld van The Rover begrepen en ziet dingen die Eric niet ziet.

De film speelt natuurlijk mee in een verzadigd, post-apocalytpisch genrelandschap, maar regisseur Michod vermijdt het cartoonesque van Mad Max en de sentimentaliteit van The Road – om een klassiek én recent voorbeeld van hoe het moet aan te halen. Sfeer is waar het hier om draait, waardoor deze prent zich alsnog weet te onderscheiden van de rest. Zij die op zoek zijn naar actie en explosies komen bedrogen uit, maar Michod weet van bij het begin wel een ondraaglijke spanning te creëren die zelden verslapt. Daar draagt ook componist Antony Partos zijn steentje bij, met een dreigende en originele soundtrack.

Op commercieel vlak wordt dit echter een zware dobber. Daarvoor is het geweld te expliciet, het tempo te gecontroleerd en het verhaal te abstract. Voor wie echter into dit soort anti-commerciële dingen is, kunnen we The Rover niet genoeg aanraden.