Regie: Luis Buñuel / Met: Catherine Deneuve, Jean Sorel, Michel Piccoli … / Genre: Drama / Land: Frankrijk -Italië / Duur: 101 min. / Kopen: Studio Canal Collection

Sinds 1 januari speelt Lars von Triers langverwachte seks-epos, NYMPHOMANIAC, in de zalen. Een film waar, dankzij de expliciete seksscènes, heel wat rond te doen is geweest. Eén van de voorgangers van deze prent deed het echter zonder tientallen fallussen – in alle maten en kleuren – op het  scherm te schilderen. De Spaans-Mexicaanse filmmaker – en boezemvriend van Salvador Dali – Luis Buñuel, vertelt met BELLE DE JOUR een pervers verhaal op een elegante manier en laat zijn publiek ongestraft meegenieten van de geheime pleziertjes van zijn hoofdpersonage. Het resultaat is een verrassend aangename film over de kracht van inbeelding. De prent onderzoekt de kloof tussen de masochistische fantasieën van een jonge vrouw en het vlekkeloze bourgeoisieleven dat ze met haar man leidt. Buñuel suggereert dat verschillende dingen, waaronder seksueel misbruik, aan de basis hebben kunnen liggen van haar gedrag, maar dat zijn slechts deeltjes van de puzzel die hij ons presenteert.

Een oogverblindende Catherine Deneuve speelt Severine, een Parijse huisvrouw wiens onbestaande seksleven haar richting prostitutie drijft. Ze is getrouwd met Pierre (Jean Sorel), een knappe chirurg die haar niet in extase kan brengen tussen de lakens. Ze laat het, vreemd genoeg, zelfs niet toe. Meer dan eens per dag drift ze weg uit de realiteit en bevindt Severine zich in een wereld van pijn en vernedering, een idee dat ze tegelijkertijd opwindend en afschrikwekkend vindt. Op eigen houtje trekt ze uiteindelijk naar een bordeel in de buurt om haar dagdromen naar realiteit om te zetten. Ze laat zich omdopen tot “Belle de Jour” en ondergaat een transformatie waarvan ze hoopt dat ook haar relatie met Pierre er baat bij zal hebben.

Via korte flashbacks analyseert Buñuel Severine’s kinky kantje, waarbij hij veel aan de interpretatie van de kijker overlaat. Het geheel van realiteit, fantasie en flashbacks zit zo dicht verweven dat het verhaal zeer cryptisch overkomt, al laat de regisseur her en der wel aanwijzingen achter.

Deneuve is – uiteraard – een grote actrice en belichaamt haar personage feilloos. Ze is in staat haar natuurlijke schoonheid op slimme en verrassende manieren te gebruiken en dat leidt tot een subtiele en fascinerende acteerprestatie. Dat ontging ook de regisseur niet, want hij castte haar ook voor zijn volgende film, TRISTANA, in 1970.

Deneuve’s garderobe gaat van nietsverhullende Yves Saint Laurent mantels aan het begin, tot lingerie (en in één scène niets meer dan een doorzichtige sluier) naar mate de film vordert, maar op een glimps van haar welgevormde derrière na, is er geen naaktheid te bespeuren. In een tijdperk waarin expliciete seksualiteit geen taboe meer was in de Europese cinema, besloot Buñuel zijn actrice niet volledig tentoon te stellen. Hij prikkelt daarentegen en laat Deneuve’s dromerige glimlach al het werk doen.

De seksuele reis van zijn hoofdpersonage veroordelen doet de cineast evenmin. Integendeel, hij bewondert haar moed en de kracht van haar verbeelding. Deneuve’s personage bloeit door haar nieuwe beroep helemaal open en dat weerspiegelt zich ook in haar omgang met Pierre, maar of haar innerlijke bevrijding haar relatie ten goede komt laat Buñuel in het midden. Belle blijft een enigma tot de allerlaatste shot.

4,5-ster