mirror-cover

4,5-ster

Regie: Anton Corbijn | Met: Sam Riley, Samantha Morton, Craig Parkinson | Genre: Biografie – Drama – Muziek | Land: VK – VS | Duur: 122 min

 

Als fotograaf, regisseur van videoclips, en vertrouwensman van de band Joy Divison moet Anton Corbijn wel de man zijn die het best geplaatst is een film te maken over frontman Ian Curtis, die zichzelf op 23-jarige leeftijd van het leven beroofde. Control is deze film. En wanneer je nu zou denken aan de zoveelste “Rock-Movie” over een mythe in de muziekwereld genre Jim Morrisson of Kurt Cobain, ben je verkeerd. Control is zoveel meer dan dat; in de eerste plaats – zo zegt Corbijn zelf – ‘het verhaal van een jongen die zijn droom nastreeft’. 
De blauwdruk voor de biopic haalde Corbijn uit het boek “Touching From A Distance”, een biografie over Ian Curtis voor en tijdens Joy Division, geschreven door diens weduwe Deborah Curtis.

‘Existence, what does it mean? I exist on the best terms I can. The past is now part of my future. The present is well out of hand’ zegt Ian Curtis (Sam Riley) aan het begin van de film. Toon en sfeer zijn onmiddellijk gezet, en nog meer door de keuze voor zwart-wit slaagt Corbijn er van begin af aan in een gevoel van melancholie en weemoed op de kijker over te brengen.

Macclesfield, begin jaren zeventig. Een zeventienjarige Ian Curtis doet wat zoveel jongeren op die leeftijd doen: experimenteren met drugs en dromen van een carrière als muzikant. Nog geen jaar later krijgt hij al de kans dit laatste waar te maken, wanneer hij na een optreden van The Sex Pistols door Bernard Sumner (James Anthony Pearson), Peter Hook (Joe Anderson) en Stephen Morris (Harry Treadaway) gevraagd wordt hun band te vervoegen als zanger. Al snel volgen enkele nummers en wordt met wat spaargeld een eerste EP, “An Ideal For Living”, opgenomen. Inmiddels is Curtis ook getrouwd, en heeft de man alles waar hij ooit van droomde.
 Optredens her en der volgen, en het drukke leven als artiest begint te vreten aan de nachtrust van Curtis, die dit alles combineert met zijn job in het plaatselijke uitzendbureau. Bovendien krijgt hij na Joy Division’s eerste optreden in Londen een aanval van epilepsie op de terugweg, een ziekte die hem van dan af aan zal achtervolgen, en maakt dat hij zijn levensstijl van weinig slaap en grote alcoholconsumptie drastisch zal moeten aanpassen. De band echter groeit en groeit, en slaagt er zelfs in hun tv-debuut te maken.

In de schaduw van Joy Division’s succes zien we hun frontman steeds verder de dieperik ingaan. Zijn gezondheid is er ernstig op achteruit gegaan; de druk om te presteren hem te groot geworden; en bovendien wordt hij verliefd op een Belgische journaliste terwijl vrouw – en inmiddels ook kind – thuis wachten op een teken van leven. Uiteindelijk ontneemt hij aan de vooravond van hun eerste Amerikaanse tour zichzelf van het leven.

Corbijn hanteert in zijn debuut als filmregisseur maar 2 bewegende shots, waardoor z’n ervaring als fotograaf duidelijk op de voorgrond komt te staan. De mentale aftakeling van Ian Curtis wordt in beeld gebracht als ware het een aaneenschakeling van een resem prachtige zwart-wit foto’s die een gevoel van medeleven creëren met het hoofdpersonage. 
De acteerprestatie van Sam Riley als Curtis is er bovendien een om U tegen te zeggen. Want hoewel hij eruit ziet als een mannequinversie van deze laatste, is zijn inlevingsvermogen fenomenaal. Het gaat zelfs zo ver dat wanneer je Joy Division ziet optreden, het niet de stem is van Ian Curtis die over de beelden werd gedubd, maar het Riley is die alles zelf inzong. Het verschil is haast niet te horen. Toeval bestaat niet durf ik wel eens te zeggen: Sam Riley zingt zelf in de band 10 000 Things, waarin de gelijkenis met het stemgeluid van Ian Curtis niet valt te ontkennen.

Leuke anekdote: dat Corbijn het meende met deze film bewijst de hypotheek die hij op z’n huis aanging ter financiering ervan.