mirror-cover

4,5-ster

Regie: Sofia Coppola | Met: Bill Murray, Scarlett Johansson, Giovanni Ribisi | Genre: Drama | Land: VS – Japan | Duur: 101 min |
“Let’s never come here again because it would never be as much fun.” – Charlotte, LOST IN TRANSLATION

 

Dat we onterecht zouden neerkijken op Sofia Coppola door over haar te spreken als ‘de dochter van’ bewees ze al in 1999 met The Virgin Suicides, maar met haar met een Oscar voor beste scenario bekroonde Lost in Translation laat Coppola pas werkelijk zien wat ze in haar mars heeft. De schrijfster-regisseuse slaagt er met deze film immers in om op een uiterst minimalistische manier iets zeer groots te vertellen. Zoals Bob Harris (Bill Murray) zingt in de film: ‘what’s so funny about love, peace and understanding?’, want hoe eenzaam zou het leven zijn wanneer er geen liefde is?

Lost in Translation vertelt het verhaal van twee mensen die mekaar tegenkomen op een moment waarop ze zichzelf kwijt lijken te zijn. Bob Harris is een acteur die over zijn hoogtepunt heen is, en nu het gezicht vormt van een groot whiskymerk; Charlotte (Scarlett Johansson) een pas afgestudeerde filosofe die niet veel beters met haar dagen weet doen dan achter haar man – een door z’n werk geobsedeerde fotograaf – aan te sukkelen. Beiden verblijven ze in een hotel in Tokyo. Hij voor een nieuwe reclamecampagne, zij omdat ze is meegereisd met haar man. Bovendien dolen ze het meest van de tijd maar want rond, alsof ze bang zijn om ergens naar terug te keren, maar nog meer zie je twee zielen die duidelijk in de war zijn over het leven dat ze op dat moment leiden. Van thuis uit overrompelt Harris’ vrouw hem met allerlei vragen over de inrichting van hun nieuw huis waarin zij en hun twee jonge kinderen zullen gaan wonen, een gegeven waar hij vrij onverschillig tegenover staat. Charlotte probeert dan weer tevergeefs te praten met een vriendin over de twijfels rond haar huwelijk, maar die heeft het dan weer te druk met haar werk. Als een geschenk uit de hemel komen Bob en Charlotte uiteindelijk in contact met mekaar, raken ze bevriend en brengen ze meerdere momenten tijdens hun verblijf in Tokyo samen door. Het zijn die momenten van plezier en genot die beide hoofdpersonages heel wat leren over zichzelf. ‘The more you know who you are, and what you want, the less you let things upset you.’ is een wijze uitspraak die Harris doet.

Ondanks de cast waarover Coppola beschikte, is het tot stand komen van deze prachtfilm grotendeels te danken aan haar persoonlijke toets. Dankzij de dialogen – die overigens schaars zijn – weet ze een luchtige sfeer te creëren tussen Bob en Charlotte, worstelend met hun strijdige gevoelens. Dit wisselt ze af door op een subtiele wijze de spot te drijven met de Japanse cultuur, alsook met een aantal hilarische momenten als bijvoorbeeld een karaoke avond met enkele geschifte Japanners. Een bloedmooie Scarlett speelt bovendien op een fenomenale wijze een jonge twintiger op de dool in haar leven, waarvoor ze tevens de Bafta Award voor beste actrice kreeg. Ook Murray, die naast voorgaande prijs ook de Golden Globe voor beste acteur in ontvangst mocht nemen, speelt zijn rol geweldig. Dankzij het cynisme waarmee hij zijn werk als dik betaald reclamemodel opneemt, brengt hij een grappige noot aan de film.