mirror-cover


4,5-ster

Regie: Shane Carruth | Met: Amy Seimetz, Frank Mosley, Shane Carruth | Genre: Thriller – Mysterie | Land: VS | Duur: 96 min

“I have to apologize. I was born with a disfigurement where my head is made of the same material as the sun.” – Thief, UPSTREAM COLOR

Upstream Color is een thriller, vermomd als een romantisch sci-fi-drama. Of omgekeerd. Of iets helemaal anders. Na het bekijken ervan kan je er even niet meer aan uit, laat dat duidelijk zijn. Dit is indie-wonderkind Shane Carruths opvolger van zijn fenomenale headscratcher Primer uit 2004; het soort hypnotisch stukje filmkunst waarvan slechts eens om de zoveel tijd eentje komt aangewaaid. Onderhuidse wormen, blauwe orchideeën, varkens en gedachtencontrole maken allemaal deel uit van deze film, maar wat het betekent en hoe letterlijk we het allemaal moeten nemen, valt moeilijk neer te pennen. Vast staat dat regisseur Carruth – die het verhaal zelf schreef, meespeelt in de film, als producer en cinematograaf fungeert, de camera bediende én de soundtrack componeerde – een kerel is met zoveel talent dat wij, stervelingen, hier gewoon niet klaar voor zijn. Toch niet na één kijkbeurt. Occasioneel geeft Carruth ons een strohalm om aan vast te klampen, maar voor we het weten zijn we weer hopeloos verloren in zijn abstract, meesterlijk opgebouwd labyrint. Het zoeken naar een uitweg is deel van de pret, althans voor geduldige kijkers die tegen een hersenpijnigend anderhalf uurtje opgewassen zijn.

Ga je té hard op zoek naar antwoorden, dan riskeer je met Upstream Color een mentaal trauma op te lopen. De plot beschrijven is onbegonnen werk, maar hier gaan we: een mysterieuze man (Thiago Martins) kidnapt een vrouw (Amy Seimetz) en dwingt haar een bizarre worm in te slikken. Hij brengt de vrouw nadien terug naar haar appartement, waar hij haar een reeks testen laat uitvoeren. Hij verontschuldigt zich voor zijn aandoening: “Mijn hoofd bestaat uit dezelfde materie als de zon”, maakt hij de gehypnotiseerde vrouw wijs, waardoor ze niet rechtstreeks naar zijn gezicht kan kijken. Vervolgens maakt de man haar bankrekening leeg, steelt hij zowat al haar bezittingen en laat hij haar achter met geheugenverlies. Het gebrainwashte slachtoffer, die overigens Kris heet, merkt op dat de worm onder haar huid kruipt, waarop ze het beest er zonder succes met een keukenmes tracht uit te snijden.

Ondertussen zien we hoe een andere man geluidssamples gebruikt om Kris naar een varkenskwekerij te lokken. Daar brengt hij de worm via een operatie over naar een varken, en ontstaat er een connectie tussen Kris en het dier. Op dit moment zijn we 25 minuten ver en heeft de passieve filmkijker ondertussen besloten dat het genoeg is geweest. Met de intrede van Jeff, protagonist nummer twee, keert de rust wat terug. Ook hij lijkt het slachtoffer te zijn van een gelijkaardig experiment, al wordt dat nooit letterlijk gezegd. Kris en Jeff worden verliefd en beseffen dat er iets in hun leven veranderd is, maar hun geheugenverlies belemmert dat ze de oorzaak van hun vervreemd gedrag vinden.

Klinkt gek? Dat is het ook. Maar je blijft aan het scherm gekluisterd en dat is de verdienste van Carruth, die op elk vlak magische dingen creëert. Bovendien heeft de man de Terrence Malick-achtige gave om zelfs de meest banale gebeurtenissen – zoals de kraan van de wasbak opendraaien – fascinerend te laten lijken. Het boek “Walden” van schrijver Henry David Thoreau speelt een grote rol in de film, maar ook als je in die richting antwoorden zoekt, kom je al snel vast te zitten. Toch werkt Upstream Color ook zonder verduidelijking; de meditatieve muziek, de wonderlijke, natuurlijk belichte beelden en de subtiele clues naar de thema’s die Carruth onrechtstreeks aanraakt, maken dat je aan het eind toch door een vreemde golf van voldoening wordt overspoelt. Waar de film volgens bovengetekende rond draait? Omgaan met verlies, het mysterie van de aantrekkingskracht en hoe individuen veranderen door liefde. Maar ik kan er ook helemaal naast zitten.

Creativiteit dient aangemoedigd te worden, en het feit dat Carruth 9 jaar nodig had om een tweede film gemaakt te krijgen – en uiteindelijk zowat alles zelf moest doen tijdens de productie – getuigt dat er in filmland bijzonder weinig oor is naar een unieke stem als de zijne. Doodzonde. Laat ons hopen dat we niet zo lang moeten wachten op nieuw werk van deze getalenteerde artiest.