mirror-cover

4-ster

Regie: Jean-Pierre Melville | Met: Alain Delon, Nathalie Delon, François Périer | Genre: Misdaad – Drama | Land: Frankrijk | Duur: 105 min

“He’s a wounded wolf; now there will be a trail. He must be disposed of quickly.” – Olivier Rey, LE SAMOURAÏ

 

Het eerste dat opvalt in Jean-Pierre Melville’s Le Samourai is hoe stijlvol alles in beeld werd gebracht. Deze film voelt aan als een zwart-witte noir film, alleen is hij geschoten in kleur. Enkel sombere kleuren weliswaar, want als het in het Parijs van Le Samourai niet regent, dan is het zwaarbewolkt. Het kleurenpalet beperkt zich tot grijs en blauw, en wanneer een kamer helder verlicht is, komt dat meestal door een bron van fluorescerend licht, dat alle andere kleuren verzwelgt. Op visueel vlak alleen al is dit een fascinerende prent. Dat net Alain Delon, de posterboy van de Franse cinema in de jaren 60, in zowat elke scène zit, helpt daar natuurlijk bij. Hij vertolkt zijn personage, een huurmoordenaar die in de problemen raakt, met een uitgestreken pokerface; als Jef Costello is hij meer dan ooit de verpersoonlijking van het woord “cool”. Samen met hem worden we ondergompeld in een koude wereld, waar woorden aan onderschikt belang zijn tegenover daden. Regisseur Melville vult zijn film niet met nodeloos gepraat, waardoor we één en al oor zijn, wanneer er iemand spreekt.

Costello wordt door een ander personage beschreven als een “loup solitaire”, een huurling met een eigen werkmethode, een eigen code en weinig of geen vertrouwen in de personages rondom zich. Met veel aandacht voor detail zien we hoe hij zichzelf eerst een alibi aanmeet, vervolgens een nachtclubuitbater afmaakt, een politie line-up weet te doorstaan, verraden wordt door zij die hem inhuurden en tot slot een kat-en-muisspel speelt met de Parijse politie. Ondanks alle dreiging geeft Costello amper een krimp.

Doorheen het verhaal krijgt hij hulp van twee vrouwen. De eerste heet Jane (gespeeld door Delon’s toenmalige echtgenote Nathalie Delon), zijn liefje, die Jefs gezelschap verkiest boven dat van haar oudere, rijkere partner. De tweede vrouw, is de zwarte muzikante Valerie (Caty Rosier). Zij speelt piano in de jazzclub waar Costello zijn slachtoffer neerschiet en is een getuige van de moord. Tot zijn verbazing claimt ze tegenover de politie dat ze hem nooit gezien heeft. Liegt ze om hem te helpen? Zo ja, waarom? Of kent ze de mannen die hem inhuurden? Zij willen immers ten alle koste vermijden dat hij opgepakt wordt.

Le Samourai combineert zijn strakke visuele stijl met gecontroleerde acteerprestaties. Tegenover Delons afstandelijke personage plaatst regisseur Melville een charismatische politiebevelhebber (Francois Perier); een sluwe mastermind die zijn troepen opruit tijdens de klopjacht op Costello. Hij weet dat Jef liegt, maar heeft geen bewijzen. Terwijl Jef uit handen van de politie tracht te blijven, plant hij wraak op zij die hem verraden hebben.

Net als de beste artiesten – ongeacht het medium – toont Melville zijn talent met slechts enkele borstelvegen. Lang voor het eerste woord gesproken is, heeft zijn film de kijker al opgeslokt. De cineast begon na de Tweede Wereldoorlog onafhankelijke low-budgetfilms te maken en vereffende zo het pad voor de Franse New Wave-generatie. Tegen het einde van de jaren 60 was hij zowat de meester van de Parijse gangsterfilm, met naast Le Samouraï ook succesvolle werken als Le Deuxième Souffle en Le Cercle Rouge. “Ik kan enkel ruwe schetsen creëren,” zei Melville ooit. Maar Le Samouraï is tot in de puntjes verzorgd, en wordt door visuele grootmeesters als John Woo bestempeld als “een quasi perfecte film”.

We kunnen Woo moeilijk ongelijk geven. De stijlvolle regie, het sterke scenario, het eersteklas acteerwerk en de drukkende sfeer… Het zit allemaal bijzonder goed, ook al was originaliteit hier geen prioriteit. De typische elementen uit Hollywoodiaanse misdaadfilms van de jaren 30 – de moordenaar, de politie, de onderwereld, de begeerlijke vrouwen – komen niet onbekend voor, maar wat wél origineel is, is de uitwerking; minimalistisch, berekend, kil en net daardoor dubbel zo sfeervol als de meesten in zijn soort.