mirror-cover

45-ster

Regie: Nicolas Roeg | Met: David Bowie, Candy Clark, Rip Torn … | Genre: Drama – Science Fiction | Land: VS | Duur: 139 min |

Zoals hij dat eerder al deed met Mick Jagger in Performance (1970) en later opnieuw zou doen met Art Garfunkel in Bad Timing (1980), bewees regisseur Nicolas Roeg in 1976 met The Man Who Fell To Earth dat hij een gave had om gerespecteerd muzikaal talent ook op het witte doek te laten schitteren. Niet dat elk van deze artiesten grote acteerwonderen bleken, maar hun presence alleen al was genoeg om een unieke touch te geven aan de films waarin ze speelden.

The Man Who Fell to Earth is geen standaard sci-fi prent en is meer gefocust op sfeer dan op verrassende plotwendingen. Dat en veel meer heeft de film gemeen met de vorig jaar verschenen arthouse topper Under the Skin van Jonathan Glazer, waarin Scarlett Johansson als buitenaards wezen een bezoek bracht aan onze planeet. David Bowie’s personage heeft echter minder kwaadaardige bedoelingen met de mensheid. Hij neemt na zijn landing de naam Thomas Newton aan en is op zoek naar water voor zijn door droogte geteisterde planeet. Thomas oogt dan wel wat excentriek, niets doet uiterlijk vermoeden dat hij geen mens is. Maar net door zijn omgang met mensen (hij legt een reeks patenten vast met betrekking tot buitenaardse technologie, die hem en zijn familie later van dienst kunnen zijn op zijn thuisbasis) raakt hij verleid door onze eigen zwaktes, zoals liefde en geld. En dat blijkt meer zwaartekracht uit te oefenen op Thomas dan de nood om zijn planeet te redden.

Dit is een film die met 139 minuten niet bepaald kort is en door het meanderend tempo langer aanvoelt dan hij is. Het science fiction aspect wordt halverwege bijvoorbeeld opzij gezet voor Thomas’ love story met aardbewoonster Mary-Lou (een fantastisch onbevreesde vertolking door Candy Clark). Wat echter een constante is, is de studie over hoe een outsider zo kan opgeslorpt worden door onze menselijke waarden en streefdoelen. Thomas raakt verslaafd aan alcohol en televisie en verandert langzaam maar zeker in het omgekeerde van de wonderlijke vreemdeling waar Mary-Lou verliefd op werd: een mens met gebreken.

Man-Who-Fell-to-Earth-Underrated_Nicolas-Roeg

Het was Bowie’s eerste, en voor velen ook de meest memorabele filmrol. Uit interviews bleek achteraf dat de artiest stijf stond onder de cocaïne tijdens het schieten – 10 gram per dag, aldus de man zelf – maar het gaf hem die buitenaardse blik die in combinatie met zijn lijkbleke huid, oranje haar en 1% lichaamsvet een uniek ogend personage opleverde.

Regisseur Roeg, die daarvoor de gevierde horrorthriller Don’t Look Now met Donald Sutherland opnam, stond al bekend om zijn experimentele aanpak. Voor hij regisseerde, deed hij voornamelijk cinematografie en in elk van zijn films pakte hij uit met opmerkelijke beelden. Ook zijn onvoorspelbare manier van editen was ongezien. Al deze kenmerken kwamen terug in The Man Who Fell to Earth. Dit en een flinke dosis surrealisme maken van deze prent zo’n eigenaardig maar immer boeiend schouwspel.

En als dit alles klinkt alsof we hier met een style-over-substance geval te maken hebben, bent u verkeerd, want onder de talloze scènes die schijnbaar niets met de centrale plot te maken hebben zit net heel wat stof tot nadenken verborgen. Alleen moet u er op zoek naar willen gaan. Schuif de kritiek op de maatschappij bijvoorbeeld even opzij en je krijgt een heel andere film: eentje over wat het is om een onbereikbare rockster te zijn die vast zit in een sociale cocon. Is dit de grote droom die we allemaal wel eens gehad hebben? Of is het een nachtmerrie? Door Bowie in de hoofdrol te plaatsen wijkt Roeg net af van de sci-fi roots van het verhaal (gebaseerd op het gelijknamige boek van Walter Tevis) en kijken we naar een bij momenten triest portret over eenzaamheid.

The Man Who Fell to Earth voelt ook vandaag de dag nog aan als een buitenaards object dat uit de lucht kwam vallen en waarvan de oorsprong een mysterie blijft.